Spontaan viel een tak uit een boom. Een flinke. 10 meter voor mij viel hij neer. Het was een bruine tak met bruine blaadjes. Een dode tak. Weinig gewicht.

Toch maakte de valpartij van de dode tak geluid. Ik werd overigens niet getroffen door het geluid, want ik zag de tak al vallen in mijn ooghoeken alvorens hij de grond raakte en het geluid daarvan mijn oren bereikte.

Voor de man die in zijn voortuintje bezig was met het schoffelen van de tuin kwam de vallende tak als een grotere verrassing. Hij keek verbouwereerd op van zijn schoffel toen het geluid van de vallende tak zijn oren bereikte.

Na zijn constatering zag hij mij. Hij keek naar mij en lachte. Ik lachte terug en riep: “Er komt nog eens wat uit de lucht vallen hier.” Hij lachte nog harder en ging verder met schoffelen. Ik ging verder met lopen.

Een kwartier later kwam ik een vrouw met twee hondjes tegen. Ze hoorde mijn waarschuwende kuch toen ik haar naderde. Dat is mijn waarschuwing. Een soort halfbakken kuch alsof ik moet hoesten, terwijl het gewoon een waarschuwing is voor mensen die mijn pad kruisen. Het werkt. Ik houd niet zo van het HEY! schreeuwen.

De vrouw haalde luid lachend de hondjes naar de kant en begon nog harder te lachen toen haar dartelende keffers mij achterna wilden gaan, vast aan de lijn.

Het zijn de kleine ontmoetingen met mensen die de leukste herinneringen creëren. Of althans, ik maak ze leuk voor mezelf.

Zo is 7 kilometer hardlopen geen straf.

Als je de andere verhalen over mijn challenge wilt lezen kun je hier klikken of hardlooptechnisch gezien kun je me volgen op Strava.

Laat een reactie achter