In aanloop naar de marathon van Valencia hield ik een dagboek bij. Hieronder vind je enkele fragmenten terug, van de dag voor de marathon, van de dag zelf en van de dag erna. Mijn eindtijd was 2:43:24.

De dag voor de marathon – 30 november 2019

Een half uurtje joggen door Valencia, omdat het kan, mag, moet

Nog een laatste krachtinspanning, een half uurtje lopen rond de start en finish, nota bene bijna moeten bekopen met een paar blauwe plekken en schrammen toen een lokale hardlopende Spanjaard in het meest behardloopte park van het land – de kans dat een andere hardloper voor je gaat, achter je is, naast je loopt, op je zit, onder je door gaat, op jouw benen meelift, gewoon overal is, is ongeveer even groot als de kans dat een Japanse trein op tijd rijdt – midden op een paadje besloot tot een plotse draai van 180 graden en daar een slungelige Hollander pal in zijn kielzog trof, of nou ja, zo snel mogelijk uit zijn kielzog toog, mijn vaart bleek nog vrij hoog te liggen zodat in de tijd dat hij afremde en zijn lichaam wendde, ik hem tot op een meter was genaderd.

Daar loop je dan met een gemiddelde snelheid van een rustige fietser.

Ik schreeuwde een “Ho!”, universeel genoeg om ook aan een Spanjaard duidelijk te maken dat hij een bijzondere handeling uitvoerde. Hij schrok, riep een “Perdona!” naar mij en beiden maakten we ons weer uit de voeten. Of hij morgen ook de marathon van Valencia loopt durf ik met geen enkele stelligheid te beweren.

De dag kon zich snel verder laten ontwaken. Het is nu wachten tot de dag van morgen aan de horizon schemert. De dag voor het los gaat.

De dag van de marathon – 1 december 2019

We hadden net een taartje gegeten, stiekem nam ik er twee – calorieën aanvullen en gewoon even losgaan. Daarna wandelden we naar ons appartement. Annemijn zei: “Alle seinen stonden op groen.” Ik voegde toe: “Het allerlaatste sein krijgt zijn kleur pas aan de finish.”

Ooit hoorde ik de befaamde woorden zeggen: “De marathon is geen strijd tegen de klok, het is geen strijd tegen andere hardlopers, het is een strijd tegen jezelf.”

Dat is waarheid gebleken. Ik streed in Valencia en kwam mezelf tegen, kilometer na kilometer. Het was een mooie, bijzondere en gave ervaring deze wedstrijd te lopen. En ik leerde andermaal, want de marathon is een les die je nooit uit je hoofd zult kennen: de marathon kent geen genade, maar bracht me wel de eindstreep. Het werk is gedaan, maanden van trainen.

Wat rest zijn de herinneringen: in mijn hoofd, in de vorm van een medaille en met een stel benen dat zegt “bekijk het maar”. Zoals Churandy Martina zou zeggen: “Ik ben blij en nu ga ik rusten.”

De dag na de marathon – 2 december 2019

De geur van espresso trekt in gedachten al door mijn neus, want de barista moet het double shot nog maken. Het is goed, het weekend in Valencia is goed. Goed suggereert ongetwijfeld al iets, want had ik wellicht euforisch geweest en een ander woord gebruikt wanneer ik de in mijn gedachten opgeslagen tijd had waargemaakt?

Ik zal het nooit weten.

Weten doe ik dat het 2:43:24 werd en dat ik daar erg blij mee ben, want het dal dat het afgelopen half jaar op sommige vlakken in mijn leven was, is bekroond met een gigantisch resultaat, een kers op een taart, een bereikt doel, los van tijd, vastgebonden, geketend aan de hernieuwde ontdekking van mezelf.

De marathon: ik genoot van de pijn, het afzien, het langzaam inwisselen van een felgekleurd en sprankelend lijf voor een kameleonachtige schutkleur vol wanhoop, oneindigheid, vrees en schrik, eenwording met het asfalt als ware het aan mijn zolen geplakt, terwijl de huid zich langzaam vast schuurt in de schoenen, mijn hoofd gedwee het lichaam, de armen volgt. Ik bleef gewoon, wat is gewoon?, gaan en voelde langzaam delen afsterven, gevoelloze ledematen die schreeuwden, opgevroten hersenpandelen die zeiden dat, ja wat?, ze riepen dingen tegelijk, tegen de wil en de dank van het fysiek in, het botste hard, het ging niet samen, het boterde niet, ze konden niet samen op weg, maar werden gedwongen, anders zou mijn bloem onder de stormachtige hemel knakken, breken.

Breken was niet bestaand, existentieloos.

Er waren dingen, het zijn, en er waren dingen die nooit konden worden, tot zijn komen. Ik wierp een scherpe barrière aan mezelf op. Die kon ik verantwoorden aan mezelf, zoals ik dat de afgelopen maanden deed. Ik ben en niet ben ik niet. Ik ben sterk, niemand krijgt mij zwak. Dat bewees de marathon mij, dat is waarom ik een deel van mijn liefde eraan verklaar, verklaar aan pijn en vreugde op een zo smal balancerend touw, maar er vanaf vallen is voor hen die zichzelf niet kennen.

Slechts zij staan op die zich staande houden, op de been, letterlijk en figuurlijk. Dan blijft gewetensnood uit, omarm je de marathon, omarm je in liefde dat en hen die jij lief wilt hebben en lief kunt hebben. De espresso is op, een nieuw hoofdstuk slaat de bladzijde om. Nieuw, nu, geweest wat was, zijn is nu.

Ik citeer Dimitri Verhulst: “Herinnering is de troostende stuiptrek van een leven, een soort van nageboorte.” Op mijn nachtkastje ligt een medaille. Een medaille als herinnering.

Laat een reactie achter