Ik werd geraakt door een zinnetje in het boek ‘De kunst van het reizen’ van Alain de Botton. Dit is het zinnetje: “Een reisboek kan ons vertellen dat de verteller een middag heeft gereisd om de in de heuvels gelegen stad X te bereiken.”

Wat De Botton hiermee bedoelt, vertelt hij enkele zinnen verderop: “We kunnen nooit zomaar een middag reizen.” Er gebeurt in een middag zo ontzettend veel wat blijkbaar niet belangrijk genoeg is om aan het papier toe te vertrouwen. Vaak zijn dat irrelevante gedachten die niets met het verhaal te maken hebben, maar die wel degelijk invloed hebben op hoe je iets beleeft.

Met hardlopen is het net zo, bedacht ik me. Ik zal het je uitleggen: hoe vaak schrijf ik niet over stukken van hardlooprondes alsof ze er niet toe doen. Ik heb eens wat oude blogs van mezelf herlezen en vond dit soort zinnen, inclusief een korte verwondering:

“Pas vele kilometers later rende ik pal langs een windmolen.”

Het gebeurt nooit zomaar dat ik vele kilometers later ineens bij een windmolen ben. Er is onderweg van alles de revue gepasseerd wat ik blijkbaar niet de moeite waard vond om op te schrijven.

“90 kilometer lang vierde ik feest.”

Onzin natuurlijk. Alsof er tussen kilometer 0 en 90 niets anders was dan feest, want ik had meer dan één keer de gedachte waarin ik mezelf de vraag stelde: waar ben ik in vredesnaam aan begonnen, een wedstrijd van 90 kilometer? En ik had nog veel meer negatieve gedachten die me soms aanmoedigden het bijltje erbij neer te gooien.

“We liepen een fantastische 42,2 kilometer.”

Dit was toen ik samen met een vriend bij mij in de buurt vrij spontaan een marathon liep. De conclusie is inderdaad dat het een fantastische ronde was, maar de conclusie is ook dat onderweg, tijdens stille momenten waarop we elkaar even niets te vertellen hadden, mijn gedachten met me aan de haal gingen: Hoe voel ik me over 10 kilometer? Ik moet die ene afspraak nog regelen. Mijn boek komt binnenkort uit, ik voel spanning, nervositeit; er moet nog van alles worden geregeld. Shit. Hoe wordt mijn boek ontvangen door het publiek? Ik moet nog een blog schrijven. En ga zo maar door.

“Dit is het leven op zijn simpelst: gewoon de berg beklimmen, de bergtop bereiken om vervolgens weer terug te gaan.”

Natuurlijk, zo voelde ik het na afloop, maar ook hier gold dat ik onderweg pijn in mijn benen voelde, zeer angstig was of ik wel veilig de bergtop haalde nadat ik voor de zoveelste keer weggleed in de gruizige ondergrond, heel erg onzeker was over een naderende regenbui, de eenzaamheid fijn vond, maar me soms oprecht alleen voelde in een woest en verlaten berglandschap, ver van huis.

Over al die minder mooie kilometers, de kilometers die passeren alsof er niks in is gebeurd, vallen misschien wel de meest confronterende verhalen te vertellen. Ga eens op zoek naar verhalen over hardlopen waarin iemand al die ‘irrelevante’ gedachten deelt die niets te maken hebben met hoe onwaarschijnlijk mooi het hardlopen is.

Ik weet ook wel dat als ik die allemaal op zou moeten schrijven, jij en ik knettergek zouden worden, want we hebben duizenden gedachten op een dag. Maar dat ene zinnetje over ‘zomaar een middag reizen’ in het boek van Alain de Botton zette me aan het denken.

Nooit alleen op stap

Alles wat zo vaak als geïdealiseerd wordt opgeschreven, is dat helemaal niet. Ik kan het nog zo mooi voor mezelf en voor jou, andere lezer of hardloper, opschrijven, ik kan mezelf en jou met dit soort verhalen nog zo veel motiveren, maar ik ga nooit alleen op stap met dat ideaalplaatje.

Ik neem altijd mezelf, met mijn gedachten en ervaringen, mee op pad. Die eisen ook ruimte op tijdens de vetste afdaling, de mooiste beklimming, de langste wedstrijd, de snelste marathon of de leukste training.

In mijn nieuwe boek ‘Ga niet hardlopen’ schrijf ik ook tal van verhalen. Ik heb geprobeerd om daarin ook de ‘mindere’ kilometers te beschrijven. Lezen? Check snel hoe dat kan.

Laat een reactie achter