Het was een zinnetje dat mij fascineerde: “Dankzij een gevarieerd en continu gebruik van hun lichaam, waren ze zo fit als marathonlopers.” Het staat in het boek Sapiens – Een kleine geschiedenis van de mensheid, de bestseller geschreven door Yuval Noah Harari. Het zat altijd in mijn hoofd en ik vroeg me af wanneer ik dan zo fit ben als een marathonloper?

Vaak heb ik getraind voor een marathon, maar dan was ik daar doelbewust voor bezig. Een paar maanden rustig opbouwen en daarna een paar maanden specifiek wat meer kilometers vreten, om die 42,195 kilometer maar te kunnen rennen.

Ik stelde me altijd voor dat als je, zeg maar, jaarrond zo fit kunt zijn als een marathonloper, er sprake moet zijn van iets anders dan eventjes trainen. De mens van vroeger, die uit dat boek Sapiens, was niet parttime zo fit als een marathonloper. Nee, die was dat fulltime, bedenk ik me zo. Er was immers altijd noodzaak om voedsel te zoeken, jezelf voort te bewegen, te rennen, te sjouwen, noem maar op.

Een eindejaarsmarathon

Onder het mom van ‘het ligt buiten mijn comfortzone, dus dan zal het wel goed zijn’ kreeg ik vlak voor de jaarwisseling een appje met de vraag: “Interesse in een eindejaarsmarathon?” Goeie vraag van een hardloopvriend aan mij.

Wat volgde was een discussie in mijn hoofd, die zich kennelijk ook in het hoofd van mijn vriend had afgespeeld. “Kan ik dit, moet dit nu, weinig getraind, slecht voorbereid.”

Oké, al snel sloot ik de discussie met het stemmetje in mijn hoofd af met: “Bek houe en gaan.”

We liepen een fantastische 42,2 kilometer rond mijn woonplaats Bergen op Zoom, namen de tijd voor wat pauzes, voerden goede gesprekken en kwamen tot de conclusie dat dit een geweldig idee was. Uren lopen, heuveltjes op en af, wat asfaltwegen tussen de bospaden door, soms een lichte miezer en verder dat gevoel van vrijheid, haren in de wind, korte broek. Iets wat me vooraf weer een idioot plan leek, maakte me dolgelukkig (en die maat van mij dacht er net zo over).

Interessante geheimen verklapt

Na afloop constateerde ik: nu ben ik dus zo fit als een marathonloper. Hoe ben ik dat geworden? Ik heb, denk ik, wel een aantal interessante geheimen:

– Voldoende beweging gedurende de hele week (uren op je benen doorbrengen, niet alleen hardlopen, maar ook gewoon wandelen, staan, klusjes doen, noem maar op)
– Mijd zitten
– Meerdere keren krachttraining per week
– Gezonde en krachtige voeding consumeren
– Vrijheid in je hoofd, niet onnodig veel stress
– En last but not least: een fitte marathonloper kijkt niet op een klokje om te kijken of het tempo niet te ver inzakt en de finish al in zicht is

Zo kun je dus zo fit als een marathonloper worden. Ik vond het wel een bijzonder mooie openbaring. Het is ook niet zo heel moeilijk. Je moet het alleen doen.

Onlangs is mijn boek ‘Ga niet hardlopen’ verschenen. Daarin schrijf ik ook over ‘zo fit als een marathonloper’ zijn. Scoor het boek hier.

Laat een reactie achter