De groep hardlopers waarmee ik op stap ging

Op de gok reden we naar Iten. Of zoals je bij binnenkomst welkom wordt geheten: Home of Champions. Niet dat het een verrassing was. Al kilometers buiten Iten, een stadje op ongeveer 30 kilometer van Eldoret en een paar honderd van de Keniaanse hoofdstad Nairobi, zag ik verscheidene atleten hun werk doen. Trainen.

Ik wil dat ook. Met die gedachte was ik naar Kenia gekomen. Vorige week rende ik de benen in Kangari al uit mijn lijf, maar nu was ik in Iten. Daar waar de grote namen hun werk doen. De spanning steeg.

Met het busje sloegen we een zijweggetje in. Een echte bestemming was er niet, een contact met iemand hadden we niet, zolang ik maar ergens een training kon doen. Na een paar honderd meter verscheen aan de rechterkant van de weg een groepje atleten. Het leek erop of ze zich klaarmaakten om te vertrekken.

We stapten uit en in het Swahili werd overlegd welke mogelijkheden er voor deze jongen uit Nederland waren. Ik ving een half woord op dat duidelijk maakte dat deze hardlopers professionals waren, dus ik maakte me al weinig illusies. Echt trainen met een groep is niet heel eenvoudig. Ze lopen simpelweg sneller dan ik.

Het gesprek ging over op Engels, dus mengde ik me er ook in. Mijn missie was duidelijk: op een manier een training kunnen doen om te ervaren hoe Kenianen te werk gaan. De coach van de groep vertelde mij dat een training van een uur op het programma stond en die zou op 40% snelheid gaan. Dat moet lukken, dacht ik.

Je kunt zo meelopen, was het warme welkom van de coach. En het evenzo warme welkom van de groep van ruim tien atleten nadat ik me had geïntroduceerd, maakte me nog enthousiaster.

We gingen van start. Vrij rustig. Na driehonderd meter gingen we van de weg af, de landerijen in. Die typisch rode wegen met veel keien in glooiend gebied. Ik begreep al snel waarom hier trainen zo goed voor je is. Je lichaam krijgt allerlei ondergronden te verwerken, je leert omgaan met de hoogte – rond 2000 meter boven zeeniveau – en zo midden op de dag wen je ook nog eens aan de continue brandende zon op je kruin.

Het tempo steeg langzaam. Ik volgde midden in de groep, voor- noch achterin. Wel trok ik al snel de conclusie: wat voor deze jongens 40% is, raakt voor mij aan 90%. De ademhaling werd steeds zwaarder en er zaten pas 23 minuten op, zo wees mijn klokje aan. Doorzetten, doorbijten.

Ik bleef mezelf motiveren tot minuut 57. Je verliest de aansluiting met de groep, hoorde ik toen ineens in mijn oor hijgen. Mijn simpele antwoord was dat ik dat zag. Mijn gedachten hadden wat anders willen terugschreeuwen. Het was goed bedoeld, maar op dat moment liep ik op mijn achterste tenen.

De groep moest ik laten gaan, vlak voor de eindstreep. Eén van de hardlopers offerde zichzelf op om bij mij, slome duikelaar, te blijven. We liepen inmiddels langs de hoofdweg die naar het centrum van Iten voert. Het gaf me weer wat energie in de benen. Het kon niet ver meer zijn. Dat was het ook niet.

Na een paar minuten prijkte boven de weg andermaal het prachtige bord ‘Welcome to Iten, Home of Champions’, omlijst met de kleuren van de Keniaanse vlag zwart, wit, rood, groen. Ik was weer thuis. Tevreden en blij met de prestatie, drie minuten later dan het groepje Kenianen.

Wil je meer over mijn ervaringen in Afrika lezen? Bekijk dan de speciale Afrika-pagina, die ook onderdeel is van mijn boek.

Laat een reactie achter